![]() |
![]() |
![]() |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Inleiding
Natuurbeheer is samenwerking Wildbeheereenheid Haarlemmermeer De vereniging heeft ten doel te bevorderen dat de uitoefening van het genot van de jacht door haar leden mede, dan wel uitsluitend, plaatsvindt op grondslag van een wildbeheerplan, dat de vereniging opstelt en uitvoert in nauwe samenwerking met publiekrechtelijke - en/of privaatrechtelijke organisaties op het gebied van de land-, tuin- en bosbouw, de luchtvaart en in overleg met de eigenaren en/of gebruikers van de gronden waarvan het genot van de jacht door de leden is verworven. De natuur om ons heen en vooral het bezig zijn in en met die natuur, is in ons land een terrein waar velen warm voor lopen. Niet ontkend kan worden, dat daarbij sprake is van nogal uiteenlopende standpunten en derhalve van voorgestane aktievormen. De WBE Haarlemmermeer is een vereniging van met name jagers en als zodanig één van die groepen die warm lopen voor de natuur. Het Gebied Het wild Statuten van de WBE Haarlemmermeer
In snel tempo is de Haarlemmermeer omgevormd van een vruchtbare akker- en weide polder tot een stedelijk gebied. Thans wordt het grondgebied globaal – want nog steeds vinden er grote veranderingen plaats – als volgt benut : -akkerbouw : plm. 9000 hectare. -woningbouw en bedrijven plm. 3000 hectare -Luchthaven Schiphol plm. 2700 hectare, waarvan plm. 1000 hectare onbebouwd (lang gras) Tenslotte zal in het kader van nieuw waterbeheer uitbreiding van open water zijn beslag krijgen. Als gevolg van het hierboven omschrevene zal in de toekomst nog ca 6000 tot 7000 hectare aan agrarisch grondgebied resteren, n.l. ca 2200 hectare in het noorden en ca. 5000 hectare in het zuiden van de polder. Deze ontwikkeling betekent tevens, dat ten opzichte van de huidige agrarische biotoop een meer diervriendelijke biotoop zal ontstaan door de aanleg van bosschages, moeras, water e.d. Met name de eendachtigen, ganzen en duiven zullen daarvan profiteren (Timbergen en Bureau Waardenburg), zoals ook de omringende plassengebieden, Spaarnwoude, Amsterdamse Bos, de tuinsteden en de Binnenduinen schade soorten als duiven, ganzen en eenden in aanzienlijke aantallen naar de Haarlemmermeer uitstralen. Het areaal waaraan schade wordt veroorzaakt : opengronds tuinbouw, bloem(bol)gewassen, graszaad, pas ingezaaid graan en peulvrachten, en afrijpende granen en mais. Thans bedraagt dit in totaal ongeveer 3000 hectare per jaar. Dit areaal zal weliswaar in de toekomst afnemen maar de druk op dit kleiner wordend areaal zal toenemen. Duiven, eenden en ganzen zijn ook voor de luchtvaart gevaarlijke vogelsoorten. De dagelijkse trek naar de foeragegebieden en terug naar de slaapgebieden veroorzaken massale vliegbewegingen over en in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven Schiphol en de aanvliegroutes van vliegtuigen. Naast het omschrevene in het separate fauna beleidsplan van de Luchthaven Schiphol wordt bij de onderstaande soortenbehandeling aangegeven dat de WBE Haarlemmermeer oog heeft voor de vogelveiligheidsproblematiek van de Luchtvaart, waarbij zij in haar werkgebied of wel meer specifiek binnen het vogelbeperkingsgebied als aangegeven in het Luchtvaartindelingsbesluit, een assisterende rol kan spelen. Soorten-behandeling Incidenteel komt geringe schade voor aan boomgewassen, spruiten, bieten en zomersnijbloemen zoals bv zonnebloemen. Specifieke preventieve ontheffing niet voorzien. Fazant Het afschot in de geopende tijd is voldoende om in het algemeen schade te voorkomen. Incidenteel kan een ontheffing nodig zijn om schade aan bolgewassen of bieten in het voorjaar te beperken of te voorkomen. Het streven van de WBE is het handhaven van een stand van 1 fazant per 10 hectare en tevens een geslachtsverhouding van 1 haan op 3 hennen. Patrijs Gelet op de potentie van de ontwikkelingen in de Haarlemmermeer streeft de WBE naar een stand van 1 patrijs per 10 hectare; derhalve een verdubbeling van de stand van 2003. Houtduif – verwilderde duif De schade door duiven aan pas ingezaaide en afrijpende granen, peulvruchten , volle grondsgroente en graszaden is aanzienlijk. Duizenden duiven foerageren in maart, april, en juli t/m oktober op de akkers. Een hoog afschot van juli t/m half april voorkomt en verspreidt schade. Deze schade komt in de gehele Haarlemmermeer voor. We kennen een aanwezigheid van tussen de 5000 en 10000 duiven gedurende tenminste 100 dagen per jaar. Foerage per duif per etmaal ca. 0,1 kg . Het gemiddelde afschot ligt de laatste jaren op ca. 4000 met een voorjaarsstand van ongeveer 2000. Zoals eerder vermeld dienen genoemde duivensoorten in de periode juli t/m half april te worden verjaagd en bejaagd. De stand van in de Haarlemmermeer broedende duiven dient via populatiebeheer te worden beperkt tot 20 houtduiven per 100 hectare. Via de ingezette faunatellingen zal e.e.a. nader worden gevolgd en bepaald. Populatiebeheer van elders broedende en in de Haarlemmermeer foeragerende duiven is niet aan de orde ( Amsterdamse Bos, Tuinsteden, Duinbossen etc.) Hier zal schadebestrijding ter plekke soulaas moeten bieden. Gelet op de ligging, grondsoort en grondgebruik is het weinig zinvol met omliggende WBE’s afspraken te maken. De verwilderde duif is in de Haarlemmermeer goed te onderscheiden van reguliere postduiven bijv. door het groepsgewijs foerageren. Wilde eend Vanuit de wijde omgeving, maar ook uit de Haarlemmermeer zelf vallen ‘s avonds en ‘s nachts duizenden eenden op gelegerd gewas en via sloten en tochten op de randen van percelen met staand gewas. De consumptie per eend per etmaal ligt op 0,25 kg. In de periode van begin juli tot eind augustus kan dit tot aanzienlijke schade leiden. Additioneel aan diverse preventieve verjagingmiddelen is afschot in de periode van 1 juli tot 15 augustus plaatselijk noodzakelijk. Hiertoe is een ontheffing/vrijstelling voor het totale werkgebied voor deze periode noodzakelijk. Het afschot van wilde eenden bedroeg in de jaren 98, 99, 2000, 2001 en 2002 respectievelijk 2074, 2159, 2087, 1283 en 1456 stuks. De voorjaarsstand over genoemde jaren was respectievelijk 894, 3133, 2759, 1774 en 2782. Schadebestrijding als aangegeven in de oogstperiode, mede door afschot, blijft belangrijk. De WBE streeft er echter naar de lokale wilden eenden stand te beperken op 20 paar per 100 hectare. Zij zal daarbij aandacht besteden aan het voorjaarsafschot (januari). Nijlgans Knobbelzwanen Verwilderde Boerengans, overzomerende grauwe Gans en Canadese Gans Zwarte kraai : voorjaarsstanden : 195, 39, 254, 195, 393. Afschot : 201, 141, 102, 190, 77 De voorjaarsstand in de Haarlemmermeer, waar deze soort tot 1983 niet voorkwam, is stijgende tot een waargenomen aantal van rond 20 bij een gemiddeld afschot in de periode van 1998 tot 2002 van 15. De werkelijke stand van dit dier moet zeker 100 % hoger zijn dan waargenomen en geschoten. Dit bleek vooral toen gericht navraag en opgave werd gedaan van verkeersslachtoffers of anderszins dood gevonden dieren over 2001, n.l. 14. Het afschot bedroeg in dit jaar 12. De voorjaarsstand 25. De voorjaarsstand per 1-4-2000 bedroeg volgens opgave van de WBE leden 28. Wat te doen bij (dreigende) wildschade en/of schade door andere faunasoorten? Voor wildschade in het algemeen is er een apart formulier, dat kan worden aangevraagd bij LASER. LASER is bij elke agrariër bekend, want dat is het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Landbouw van allerlei regelingen voor de agrarische sector. Voor alle percelen, waarop schade dreigt, geldt het volgende : 1. de grondgebruiker is verplicht tenminste twee preventieve maatregelen te nemen, waarvan 1 optisch (vogelverschrikker-linten-vlaggen-roofvogelvlieger etc.) en 1 akoestisch (knalapparaat- ritsellinten- vogelafweer-pistool etc.) Ook maatregelen als zaaizaadbehandeling, insmeren van fruitbomen tegen hazenvraat of aanbrengen van manchetten of inrasteren zijn soms wenselijk/noodzakelijk 2. indien deze middelen niet of onvoldoende helpen kan een ontheffing voor ondersteunend afschot worden aangevraagd bij de Faunabeheereenheid van de Provincie Noord-Holland. Deze ontheffing dient voor die percelen in Haarlemmermeer per grondgebruiker/perceel te worden aangevraagd. 3. Deze ontheffing dient door de grondgebruiker of namens hem door zijn jager te worden aangevraagd bij de secretaris van de Wildbeheereenheid Haarlemmermeer (P. Suurd, de Ruigehoek 34, 2154 ML Burgerveen, tel. 0172-508567/0621-961823) onder opgave van de kadastrale nummers , oppervlakte en ligging van het schadeperceel en personalia van grondgebruiker en jager die de ontheffing gaat uitvoeren 4. De secretaris van de Wildbeheereenheid Haarlemmermeer vult een aanvraagformulier in en stuurt dat naar de Faunabeheereenheid Noord-Holland 5. Ambtenaren van de Provincie Noord-Holland stellen na ontvangst van de ontheffingsaanvraag op het schadeperceel een onderzoek in of daadwerkelijk sprake is van (dreigende) schade en of de preventieve maatregelen in voldoende mate zijn genomen. 6. Indien uit het advies van de ambtenaren blijkt dat ontheffing wenselijk is, wordt via de Wildbeheereenheid aan de grondgebruiker of diens jager de ontheffing verleend. Aan de ontheffing is een rapportageplicht verbonden. 7. Wilt u naast het bestrijden van (dreigende schade tevens in aanmerking komen voor eventuele vergoeding van de schade, dan moet deze schade binnen 8 dagen na het constateren daarvan worden gemeld. Dit melden dient schriftelijk te gebeuren door middel van een formulier dan kan worden gedownload bij het faunafonds. Vervolgens het schadeformulier invullen en opsturen naar het faunafonds in Dordrecht. 8. Verzoeken om schadevergoeding kunnen alleen worden ingediend als ook tevens gebruik is gemaakt van de mogelijkheid ontheffing aan te vragen. Het is verstandig om indien er werkelijk schade is, dit ook echt te claimen. Indien namelijk een behoorlijk schadeverleden bekend is, wordt het verkrijgen van ontheffingen eenvoudiger en kunnen deze zelfs per postcodegebied en preventief worden aangevraagd en verleend (bijv. voor ganzen en smienten). |
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||