wbe
logo
wbe
Home wbe algemeen nieuws het wild jagen leden formulieren knjv contact
 


WBE Algemeen

Inleiding
Nederland heeft gelukkig en misschien wel verrassend een gevarieerde wildstand. Dit komt vooral door een goed natuur- en een goed wildbeheer. De jagers dragen daar aan bij door de natuur en het wild in hun jachtgebied goed te verzorgen.

Wat is een WBE?
Een wildbeheereenheid (WBE) is een samenwerkingsverband tussen verschillende jagers en jachtopzieners in een bepaald gebied. Zij bundelen hun kennis en gegevens en de verzamelde informatie komt in een WBE Databank. Aan de hand daarvan is een faunabeheerplan opgesteld. Dit gebeurt dan weer door de FBE (Faunabeheereenheid)
Een werkgebied van een WBE is ongeveer 5.000 hectare of meer. De WBE's zijn aangesloten bij de KNJV, de Koninklijke Nederlandse Jagers Vereniging. De WBE Haarlemmermeer heeft een werkgebied van circa 19.000 hectare.

Wat doet een WBE?
De taken van een WBE liggen op het gebied instandhouding, bescherming en verzorging van fauna en verantwoord jagen. Een WBE werkt op lokaal niveau zodat een directe relatie met de omgeving waarin de dieren leven gewaarborgd is. Een greep uit deze taken:

  • Aanleg en instandhouding van wildakkers en rust(ige) gebieden
  • Houden van toezicht in het beheergebied op illegale vuilstort, stroperij en ander misbruik van het gebied.
  • Uitvoering geven aan het door de Faunabeheereenheid Noord-Holland opgestelde provinciale beheerplannen.
  • Volgens het zg “wise use principe” bejagen van de 5 bejaagbare soorten conform de huidige flora en faunawet.
  • Weidevogelbescherming en nestmarkering (bescherming).
  • Houden van faunatellingen en inventarisaties en het opstellen uitvoeren en evalueren van de gebiedsgebonden faunabeheerplannen.
  • Het leveren van gegevens aan de WBE Databank
  • Voorkomen en bestrijden van wildschade ism met grondgebruikers en eigenaren, mede op basis van aangevraagde ontheffingen van de Faunabeheereenheid in Noord-Holland.
  • Houden van natuurschoonmaakdagen in het voorzieningsgebied.
  • Geven van voorlichting in de ruimste zin van het woord over flora en fauna in het beheergebied zowel intern als extern.
  • Samenwerken met andere lokale-provinciale en landelijke landschapbeheerders om tot een zo breed mogelijk gedragen faunakader te komen.
  • Bestrijden van de opmars van zg “exoten” wiens opmars ten koste gaat van de bestaande inheemse soorten.

Natuurbeheer is samenwerking
Hoewel men soms anders zou denken: jagers en natuurbeschermers streven hetzelfde doel na: het behoud en bescherming van natuur. Op veel fronten werken ze dan ook al samen, zoals in de FBE's. Verder is er regelmatig overleg over weidevogels, terugdringen van exoten en het voorkomen van schade aan gewassen met Vogelbeschermingsgroepen, agrariërs . En natuurlijk is er het contact met de (lokale) overheden over het beheren van het wild in de natuur.

Wildbeheereenheid Haarlemmermeer
De Wildbeheereenheid Haarlemmermeer is een vereniging van jagers en organisaties die betrokken zijn bij gebruik, beheer en inrichting van het werkgebied, gelegen in de gemeente Haarlemmermeerl. Zij is opgericht in 1992 te Hoofddorp en gevestigd in de Haarlemmermeer. Zij is ingeschreven bij de kamer van koop­ handel te Haarlem onder nummer V 597073.. Momenteel zijn er 110 leden.

De vereniging heeft ten doel te bevorderen dat de uitoefening van het genot van de jacht door haar leden mede, dan wel uitsluitend, plaatsvindt op grondslag van een wildbeheerplan, dat de vereniging opstelt en uitvoert in nauwe samenwerking met publiekrechtelijke - en/of privaatrechtelijke organisaties op het gebied van de land-, tuin- en bosbouw, de luchtvaart en in overleg met de eigenaren en/of gebruikers van de gronden waarvan het genot van de jacht door de leden is verworven.

De natuur om ons heen en vooral het bezig zijn in en met die natuur, is in ons land een terrein waar velen warm voor lopen. Niet ontkend kan worden, dat daarbij sprake is van nogal uiteenlopende standpunten en derhalve van voorgestane aktievormen. De WBE Haarlemmermeer is een vereniging van met name jagers en als zodanig één van die groepen die warm lopen voor de natuur.

Het Gebied
Zie hieronder in het Faunabeheerplan de beschrijving van het werkgebied

Het wild
Karakteristieke wildsoorten voor het gebied zijn haas, wilde eend, fazant, houtduif, gans, zwarte kraai, ekster en kauw. Deze soorten zijn het gehele jaar aanwezig. Voor meer informatie over wild kunt u terecht op de pagina Het Wild.

Het bestuur
Voor gegevens over het bestuur verwijzen wij u naar de pagina Contact.

Statuten van de WBE Haarlemmermeer
De statuten en het huishoudelijk reglement van de WBE Haarlemmermeer kunt u downloaden:

 


W.B.E. Haarlemmermeer Faunabeheerplan .
Het werkgebied van de WBE Haarlemmermeer omvat de gehele gemeente Haarlemmermeer (ca. 18.500 hectare) en nog enkele delen van Lutkemeer en Osdorper binnen- en boven polder, voor zover agrarisch (ca. 300 hectare) alsmede ongeveer 320 hectare in de Houtrak- en Inlaagpolder in de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude

In snel tempo is de Haarlemmermeer omgevormd van een vruchtbare akker- en weide polder tot een stedelijk gebied.

Thans wordt het grondgebied globaal – want nog steeds vinden er grote veranderingen plaats – als volgt benut :

-akkerbouw : plm. 9000 hectare.
-Weidebouw plm. 1000 hectare;
-glastuinbouw plm. 200 hectare
-vollegrond tuinbouw en fruitteelt plm. 500 hectare
Totaal ongeveer 10.700 hectare.

-woningbouw en bedrijven plm. 3000 hectare
-wegen, spoorlijnen plm. 1000 hectare
-volkstuinen plm. 150 hectare
-sportvelden en recreatieterreinen/-bos 500 hectare
-openbare voorzieningen en open water 500 hectare
Totaal ongeveer 5100 hectare

-Luchthaven Schiphol plm. 2700 hectare, waarvan plm. 1000 hectare onbebouwd (lang gras)
De bouwactiviteiten ten behoeve van woningbouw en bedrijven gaan ook in de komende jaren door. Daarnaast is in het Raamplan Haarlemmermeer Groen aangegeven dat via diverse deelplannen in het komend decennium nog 2000 hectare nieuw groen en recreatiegebieden zullen worden aangelegd. In de eerste fase is het “Groene Carre West” inmiddels aangelegd.

Tenslotte zal in het kader van nieuw waterbeheer uitbreiding van open water zijn beslag krijgen.

Als gevolg van het hierboven omschrevene zal in de toekomst nog ca 6000 tot 7000 hectare aan agrarisch grondgebied resteren, n.l. ca 2200 hectare in het noorden en ca. 5000 hectare in het zuiden van de polder.

Deze ontwikkeling betekent tevens, dat ten opzichte van de huidige agrarische biotoop een meer diervriendelijke biotoop zal ontstaan door de aanleg van bosschages, moeras, water e.d.

Met name de eendachtigen, ganzen en duiven zullen daarvan profiteren (Timbergen en Bureau Waardenburg),

zoals ook de omringende plassengebieden, Spaarnwoude, Amsterdamse Bos, de tuinsteden en de Binnenduinen schade soorten als duiven, ganzen en eenden in aanzienlijke aantallen naar de Haarlemmermeer uitstralen.

Het areaal waaraan schade wordt veroorzaakt : opengronds tuinbouw, bloem(bol)gewassen, graszaad, pas ingezaaid graan en peulvrachten, en afrijpende granen en mais. Thans bedraagt dit in totaal ongeveer 3000 hectare per jaar. Dit areaal zal weliswaar in de toekomst afnemen maar de druk op dit kleiner wordend areaal zal toenemen.

Duiven, eenden en ganzen zijn ook voor de luchtvaart gevaarlijke vogelsoorten. De dagelijkse trek naar de foeragegebieden en terug naar de slaapgebieden veroorzaken massale vliegbewegingen over en in de onmiddellijke omgeving van de luchthaven Schiphol en de aanvliegroutes van vliegtuigen. Naast het omschrevene in het separate fauna beleidsplan van de Luchthaven Schiphol wordt bij de onderstaande soortenbehandeling aangegeven dat de WBE Haarlemmermeer oog heeft voor de vogelveiligheidsproblematiek van de Luchtvaart, waarbij zij in haar werkgebied of wel meer specifiek binnen het vogelbeperkingsgebied als aangegeven in het Luchtvaartindelingsbesluit, een assisterende rol kan spelen.

Soorten-behandeling

Haas
De in het Faunabeheerplan van 1995-2000 vermelde gewenste voorjaarsstand van 1 haas per 4 a 5 ha. is al vele jaren bereikt. De voorjaarstellingen volgens verzamelde opgaven van de WBE leden geven de navolgende cijfers :
2000 : 4950 hectare – 1985 hazen
2001 : 5074 hectare – 978 hazen
2002 : 5680 hectare – 1564 hazen
2003 : 6500 hectare – 1527 hazen.

Incidenteel komt geringe schade voor aan boomgewassen, spruiten, bieten en zomersnijbloemen zoals bv zonnebloemen. Specifieke preventieve ontheffing niet voorzien.

Konijn
Slechts plaatselijk geringe stand, mede door myxomatose/VHS. Voorjaarstand 2003 ca. 100 stuks. Geen specifieke ontheffing nodig.

Fazant
De Haarlemmermeer kent een goede natuurlijke fazantenstand. Er is voldoende dekking, water en voedsel. De voorjaarstand van de hanen bedraagt ongeveer 350 en die van de hennen ongeveer 600. De telgegevens voorjaar 2003 geven resp. 238 hanen en 552hennen per 6.500 hectare

Het afschot in de geopende tijd is voldoende om in het algemeen schade te voorkomen. Incidenteel kan een ontheffing nodig zijn om schade aan bolgewassen of bieten in het voorjaar te beperken of te voorkomen.

Het streven van de WBE is het handhaven van een stand van 1 fazant per 10 hectare en tevens een geslachtsverhouding van 1 haan op 3 hennen.

Patrijs
De Patrijs komt in de Haarlemmermeer nog in redelijke mate voor. De voorjaarsstand ligt rond de 150 broedparen. Telgegevens van resp. voorjaar 2002 ( 5680 hectare) 279 patrijzen en 2003 ( 6500 hectare ) 303 patrijzen. De kansen voor de patrijs zijn, gegeven de ontwikkelingen in het Raamplan Haarlemmermeer Groen, de wijze van aanleg van bedrijventerreinen en het toenemende akkerranden beheer van de Agrarische Natuurvereniging Haarlemmermeer, positief te noemen. De toename van vos, bruine kiekendief en havik baren echter voor de patrijs zorgen. Gesprekken met het Groot Waterschap Haarlemmermeer en met terreinbeheerders over het beheer van oevers en overhoeken zijn gestart.

Gelet op de potentie van de ontwikkelingen in de Haarlemmermeer streeft de WBE naar een stand van 1 patrijs per 10 hectare; derhalve een verdubbeling van de stand van 2003.

Houtduif – verwilderde duif
De potentie van het ons omringende landschap als ook de geschetste ontwikkelingen binnen de Haarlemmermeer zelf voor bovengenoemde soorten is hoog. (20 tot 30 territoria per 100 hectare)

De schade door duiven aan pas ingezaaide en afrijpende granen, peulvruchten , volle grondsgroente en graszaden is aanzienlijk. Duizenden duiven foerageren in maart, april, en juli t/m oktober op de akkers. Een hoog afschot van juli t/m half april voorkomt en verspreidt schade. Deze schade komt in de gehele Haarlemmermeer voor.

We kennen een aanwezigheid van tussen de 5000 en 10000 duiven gedurende tenminste 100 dagen per jaar. Foerage per duif per etmaal ca. 0,1 kg . Het gemiddelde afschot ligt de laatste jaren op ca. 4000 met een voorjaarsstand van ongeveer 2000. Zoals eerder vermeld dienen genoemde duivensoorten in de periode juli t/m half april te worden verjaagd en bejaagd.

De stand van in de Haarlemmermeer broedende duiven dient via populatiebeheer te worden beperkt tot 20 houtduiven per 100 hectare. Via de ingezette faunatellingen zal e.e.a. nader worden gevolgd en bepaald. Populatiebeheer van elders broedende en in de Haarlemmermeer foeragerende duiven is niet aan de orde ( Amsterdamse Bos, Tuinsteden, Duinbossen etc.) Hier zal schadebestrijding ter plekke soulaas moeten bieden.

Gelet op de ligging, grondsoort en grondgebruik is het weinig zinvol met omliggende WBE’s afspraken te maken.

De verwilderde duif is in de Haarlemmermeer goed te onderscheiden van reguliere postduiven bijv. door het groepsgewijs foerageren.

Wilde eend
Ook voor deze soort is de potentie van het omringende landschap en de ontwikkeling in de Haarlemermeer zeer hoog. Geschat ongeveer 20 paar per 100 hectare. De schade door wilde eenden en hun bastaarden vindt plaats in het bijzonder op afrijpende/rijpe en gelegerde graangewassen (tarwe, gerst) , graszaad en peulvruchten. In de Haarlemmermeer komen deze gewassen jaarlijks op plm. 3500 hectare voor, verspreid over de gehele polder.

Vanuit de wijde omgeving, maar ook uit de Haarlemmermeer zelf vallen ‘s avonds en ‘s nachts duizenden eenden op gelegerd gewas en via sloten en tochten op de randen van percelen met staand gewas. De consumptie per eend per etmaal ligt op 0,25 kg. In de periode van begin juli tot eind augustus kan dit tot aanzienlijke schade leiden.

Additioneel aan diverse preventieve verjagingmiddelen is afschot in de periode van 1 juli tot 15 augustus plaatselijk noodzakelijk. Hiertoe is een ontheffing/vrijstelling voor het totale werkgebied voor deze periode noodzakelijk.

Het afschot van wilde eenden bedroeg in de jaren 98, 99, 2000, 2001 en 2002 respectievelijk 2074, 2159, 2087, 1283 en 1456 stuks. De voorjaarsstand over genoemde jaren was respectievelijk 894, 3133, 2759, 1774 en 2782.

Schadebestrijding als aangegeven in de oogstperiode, mede door afschot, blijft belangrijk. De WBE streeft er echter naar de lokale wilden eenden stand te beperken op 20 paar per 100 hectare. Zij zal daarbij aandacht besteden aan het voorjaarsafschot (januari).

Nijlgans
Huidige stand in Haarlemmermeer en omgeving : 5 tot 10 broedparen per 100 ha. Grote groepen foerageren op graangewassen en jong grasland (zaadteelt) Veroorzaken vraat- en structuurschade. Betreft een zeer gevaarlijk soort voor de luchtvaart. Populatiebeheer is noodzakelijk. Hierbij dient gestreefd te worden naar een zo laag mogelijke stand voor het totale werkgebied , waar mogelijk in een straal van 6 km. rond Schiphol streven naar een nuloptie.

Knobbelzwanen
Zeer gevaarlijke soort voor de luchtvaart. Veroorzaken tevens schade aan landbouw (3500 hect. wintergraan per jaar) door vraat en structuurschade. Ontheffing conform provinciaal beleid tot afschot noodzakelijk i.v.m. landbouwschade. Daarnaast in een straal van 6 km rond de Luchthaven Schiphol een nul-optie na streven.

Verwilderde Boerengans, overzomerende grauwe Gans en Canadese Gans
Veroorzaken thans nog geringe landbouwschade. Vooral in de periode van juli t/m september is een aanmerkelijke toename van met name de overzomerende grauwe gans waarneembaar. Betreffen alle zeer gevaarlijke soorten voor de luchtvaart. Ontheffing, c.q. aanwijzing door de Provincie, wellicht conform de behandeling t.a.v. de Luchthaven Schiphol is voor het gehele werkgebied gewenst.

Zwarte kraai, kauw en ekster
Blijkens de SOVON gegevens van 2002 nemen de twee eerst genoemde soorten sterk toe. Dit geldt evenzo voor de Haarlemmermeer en haar directe omgeving.
Schade aan fauna komt voor in het gehele werkgebied in de periode maart/april/mei.
Schade aan tuinbouwgewassen, bloembollen, fruit en mais komt regelmatig voor in het gehele werkgebied in de periode maart/april/mei en september/oktober over een gemiddeld oppervlak van plm. 800 hectare van de eerdergenoemde gewassen. Aanwijzig tot populatiebeperking in het gehele werkgebied (en de rest van de provincie, mede gelet op de predatie van weide- en zangvogels) wordt gevraagd, mede gelet op cijfers omtrent afschot en voorjaarsstanden van resp. 98, 99, 2000, 2001 en 2002

Zwarte kraai : voorjaarsstanden : 195, 39, 254, 195, 393. Afschot : 201, 141, 102, 190, 77
Kauw : voorjaarstanden : 765, 1238, 658, 1360 en 1134. Afschot : 223, 232, 214, 566 en 51
Ekster : voorjaarsstanden : 213, 317, 282, 292, 546. Afschot : 387, 351, 304, 562, 11.

Vos
Hoewel aanwijzing van deze diersoort ter beperking van de aantallen in Noord-Holland aanstaande lijkt, wordt dit voor de Haarlemmermeer separaat gevraagd. Het akkerbouwgebied kent een relatieve rijkdom aan met name kieviten en scholeksters Vele andere bodembroeders als krak-, berg- en slobeend, wulp en velduil, leeuwerik, gele kwikstaart, patrijs e.d. vragen een beperking van de vossenstand in het werkgebied tot de W.H.O. norm van 1 per 200 ha..

De voorjaarsstand in de Haarlemmermeer, waar deze soort tot 1983 niet voorkwam, is stijgende tot een waargenomen aantal van rond 20 bij een gemiddeld afschot in de periode van 1998 tot 2002 van 15.

De werkelijke stand van dit dier moet zeker 100 % hoger zijn dan waargenomen en geschoten. Dit bleek vooral toen gericht navraag en opgave werd gedaan van verkeersslachtoffers of anderszins dood gevonden dieren over 2001, n.l. 14. Het afschot bedroeg in dit jaar 12. De voorjaarsstand 25. De voorjaarsstand per 1-4-2000 bedroeg volgens opgave van de WBE leden 28.

Wat te doen bij (dreigende) wildschade en/of schade door andere faunasoorten?

Voor wildschade in het algemeen is er een apart formulier, dat kan worden aangevraagd bij LASER. LASER is bij elke agrariër bekend, want dat is het uitvoeringsorgaan van het Ministerie van Landbouw van allerlei regelingen voor de agrarische sector.

Voor alle percelen, waarop schade dreigt, geldt het volgende :

1. de grondgebruiker is verplicht tenminste twee preventieve maatregelen te nemen, waarvan 1 optisch (vogelverschrikker-linten-vlaggen-roofvogelvlieger etc.) en 1 akoestisch (knalapparaat- ritsellinten- vogelafweer-pistool etc.)  Ook maatregelen als zaaizaadbehandeling, insmeren van fruitbomen tegen hazenvraat  of aanbrengen van manchetten of inrasteren zijn soms wenselijk/noodzakelijk

2. indien deze middelen niet of onvoldoende helpen kan een ontheffing voor ondersteunend afschot worden aangevraagd bij de Faunabeheereenheid van de Provincie Noord-Holland. Deze ontheffing dient voor die percelen in Haarlemmermeer per grondgebruiker/perceel te worden aangevraagd.

3. Deze ontheffing dient door de grondgebruiker of namens hem door zijn jager te worden aangevraagd bij de secretaris van de Wildbeheereenheid Haarlemmermeer (P. Suurd, de Ruigehoek 34, 2154 ML Burgerveen, tel. 0172-508567/0621-961823) onder opgave van de kadastrale nummers , oppervlakte en ligging van het schadeperceel en personalia van grondgebruiker en jager die de ontheffing gaat uitvoeren

4. De secretaris van de Wildbeheereenheid Haarlemmermeer vult een aanvraagformulier in en stuurt dat naar de Faunabeheereenheid Noord-Holland

5. Ambtenaren van de Provincie Noord-Holland stellen na ontvangst van de ontheffingsaanvraag op het schadeperceel een onderzoek in of daadwerkelijk sprake is van (dreigende) schade en of de preventieve maatregelen in voldoende mate zijn genomen.

6. Indien uit het advies van de ambtenaren blijkt dat ontheffing wenselijk is, wordt via de Wildbeheereenheid aan de grondgebruiker of diens jager de ontheffing verleend. Aan de ontheffing is een rapportageplicht verbonden.

7. Wilt u naast het bestrijden van (dreigende schade tevens in aanmerking komen voor eventuele vergoeding van de schade, dan moet deze schade binnen 8 dagen na het constateren daarvan worden gemeld. Dit melden dient schriftelijk te gebeuren door middel van een formulier dan kan worden gedownload bij het faunafonds. Vervolgens het schadeformulier invullen en opsturen naar het faunafonds in Dordrecht.

8. Verzoeken om schadevergoeding kunnen alleen worden ingediend als ook tevens gebruik is gemaakt van de mogelijkheid ontheffing aan te vragen.

Het is verstandig om indien er werkelijk schade is, dit ook echt te claimen. Indien namelijk een behoorlijk schadeverleden bekend is, wordt het verkrijgen van ontheffingen eenvoudiger en kunnen deze zelfs per postcodegebied en preventief worden aangevraagd en verleend (bijv. voor ganzen en smienten).


terug naar homepage